Vloot

Vloot


Hieronder een overzicht van enkele schepen die meevaren in de vloot

Koftjalk Tromp


In 2006 werd de opgerichte Stichting Tromp (27-04-2006) eigenaar van de Groningse koftjalk Tromp.Op dat moment was het schip na vele namen en dito omzwervingen door Europa compleet verwaarderloosd. Jelle Talsma en Andries Hamstra bestuursleden van de stichting hebben zich jarenlang ingezet om de koftjalk te restaureren en zodoende te behouden als cultureel erfgoed. Dit deden zij onder andere met behulp van leerlingen die behoefte hadden aan praktijkgerichte leerplaatsen, zoals langdurig werklozen en ex-gedetineerden als onder meer toekomstige scheepsbouwers. Samen met deze werker is het zeilschip in de oude staat hersteld.

De Tromp was in de maand mei de varende expositie langs de elfsteden met aan boord de manquettes van de "11 fountains".

Aebelina


Het houten skûtsje, oorspronkelijk veerschip of ook wel "kofke"genoemd, is zonder concurrentie het populairste archetype van de Friese binnenvaart. Ontwikkeld in de achttiende eeuw combineerde het de kwaliteit van vrachtvaarder met die van het snelle jacht omdat het zowel personen- als klein vrachtvervoer verzorgde.

Ms Emeli


De Emeli is een schip voor droge lading van 55 meter lang en ruim 7 meter breed, gebouwd in 1951 bij Scheepswerf St. Pieter in Hemiksem. Vroeger werd het schip gehuurd, tegenwoordig is het eigendom van de Dunamare Onderwijs Groep.
Leerlingen gaan in groepjes van maximaal twaalf met een praktijkinstructeur aan boord van het m.s. Emeli en verrichten daar alle handelingen die in de praktijk van een matroos verwacht worden op een droge lading schip. Af en toe wordt lading vervoerd. Dit gebeurt op niet commerciële basis, zodat er geen sprake is van concurrentie in de binnenvaart.

Skûtsje Erfskip


De Jonge Jacob nu het skûtsje "Erfskip". 

 

 

Skûtsje "Connie"


Het skûtsje "Connie" is gebouwd in 1911 bij Van der Werf in Sneek en is een vrachtzeilschip van 32 ton. Met een lengte van dik 16 meter was er in de vroegere jaren voldoende ruimte om terp-aarde te vervoeren. Nu is er aan boord genoeg plaats voor de bemanning en 18 opvarenden. Ondanks de vergevordere leeftijd is dit schip van alle moderne gemakken voorzien. Net alsof "Connie" van een rustige oude dag mag genieten.

"Connie" vaart al vanaf de eerste editie mee in de vloot tijdens Wartenster Wetter Wille.

 

Baggermolen 'Vooruit"


Na een lange tijd in Heerenveen te hebben gelegen, is dit unieke stuk industrieel erfgoed overgebracht naar het Nederlands Stoommachinemuseum te Medemblik.Ruim 15 jaar daarvoor werd de baggermolen voor het laatst ingezet. Sindsdien lag hij werkeloos voor de walDat gaat nu veranderen. Onder de hoede van het museum, is er van af 2005 tot nu in 2016 met behulp van vrijwilligers hard gewerkt om dit stuk techniek weer tot leven te wekken, en met succes. Zowel voor het technische werk, als voor het begeleiden van bezoekers is steeds nog veel hulp nodig.

Dreg 1


Dit schip is nog in redelijk originele staat. De inrichting van het voorschip en de stuurhut is nog als in 1950. De betimmering bestaat uit Java teak.
De Dreg 1 is de enige van de vier Dregs die bewapend is geweest. Op het voordek is een restant van de fundering van de beide machinegeweren nog te zien. Op het achterdek stond een licht kanon. Deze fundering is niet meer terug te vinden door de verbouwing van het achterdek.
In de machinekamer zijn de originele versleten Kromhout motoren vervangen door twee DAF's 575.
Op het vlakke werkdek is in 1973 een lage opbouw geplaatst.
De boot is gebouwd voor de Hydrografische Dienst en samen met de Dreg 2 in 1950 verscheept naar Nieuw-Guinea om in spannen van twee met een dregtuig ondieptes te kunnen afdreggen en zo wrakken en banken in kaart te brengen. De verzamelde gegevens werden verwerkt aan boord van de Hr Ms Snellius en later van de Hr Ms Luymes, waaraan de Dregs waren toegevoegd. Eind 1962 zijn de Dregschepen weer verscheept naar Nederland.
Op de Rijkswerf in Den Helder zijn alle vier de dregschepen aangepast voor de Noordzeekust.
Tot 1970 is de Dreg 1 in de zeegaten bij de eilanden en op het IJsselmeer ingezet. Daarna is het via de domeinen verkocht aan een particulier.

Reddingsboot Suzanna


De reddingsboot Suzanna is één van de vijf zelfrichtende schepen van het type Carlot. Het schip is gebouwd in 1968 in opdracht van de KNZHRM (in 2010 nog bestaand als de KNRM). De boot heeft een lengte van 20,37m, breedte van 4,15 m, een diepgang van 1,40m en een waterverplaatsing van 53 ton. Het schip wordt voortgedreven door twee 8 cilinder Kromhout TS motoren van elk 140 pk. De Suzanna heeft gestationeerd gelegen in Den Helder van 1968 tot 1998 en op IJsland van 1998 tot 2008. De boot wordt door de KNRM in de wintermaanden weer ingezet als reddingboot te Lauwersoog. In de zomermaanden wordt de boot gebruikt voor promotie van het waddengebied en de KNRM. ook worden er asverstrooiingen mee gedaan. De thuishaven is Lauwersoog en de boot wordt bemand door vrijwilligers.

Sleepboten


Diverse sleepboten varen mee in de vloot:

Feint uit Weidum

Dynamiek uit Scharsterbrug

Frisia uit IJlst

Isa Mathilde uit Heerenveen

HZ8 uit Warten

Zwarte Raaf uit Leeuwarden